Rondom BDE
      informatie over bijna-doodervaringen

Bijna-doodervaringen bij kinderen

 


 over BDE | BDE bij kinderen | boek 'Ineens geen kind meer' | gevolgen voor de partner | hulpverlening | artikelen | contact | home



Verslag boekpresentatie 'Ineens geen kind meer'

tekst: Gerarda van der Veen, foto's: Marieke Bruins

Arte Novanta in Dalfsen liep zaterdagmiddag 14 november 2009 vol met mensen die geïnteresseerd waren in het onderwerp bijna-doodervaring. Het was de dag van de boekpresentatie van ‘Ineens geen kind meer’, het eerste Nederlandse boek dat uitsluitend gaat over bijna-doodervaringen bij kinderen.

In dit boek vertelt auteur Gerarda van der Veen onder meer op meelevende wijze over haar eigen bijna-doodervaring (BDE) op 4-jarige leeftijd. Daarnaast laat zij via voorbeelden en verwijzingen zien hoe belangrijk de herkenning en een begripvolle begeleiding van kinderen is na een BDE. Het kind moet omgaan met de gevolgen van de ervaring: een grote gevoeligheid, een hoge intelligentie, paranormale vermogens, een gevoel van 'anders zijn' en problemen met aarden en verbinden (hechtingsproblematiek). Soms is er sprake van gedragsproblemen, die lijken op ADHD.

De middag werd geleid door Henk-Jan van der Veen, partner van Gerarda en mede-oprichter van Rondom BDE, een informatiepunt gespecialiseerd in bijna-doodervaringen bij kinderen en partners van BDE’ers. De ruimte van Arte Novanta werd opgeluisterd door de schilderijen van Ria Mutter. Zij had twintig jaar geleden een bijna-doodervaring en legt sindsdien op sfeervolle wijze het hemelse licht op doek vast.


Henk-Jan van der Veen gaf als eerste het woord aan Pim van Lommel, auteur van de bestseller Eindeloos bewustzijn. Van Lommel begon met een korte uitleg over de BDE in het algemeen en legde daarna uit hoe kinderen een BDE beleven. ‘Bij kinderen kan er soms een periode van 30 tot 50 jaar overheen gaan voor ze in staat zijn over hun ervaring en het zich anders voelen te praten – met een emotionaliteit alsof de ervaring gisteren heeft plaatsgevonden’, aldus Van Lommel. Hij gaf aan tientallen volwassenen te hebben gesproken die op kinderleeftijd een BDE hebben meegemaakt. De transformatie na een BDE, bekend van volwassenen, treedt ook op bij kinderen, zelfs als ze zich de ervaring niet kunnen herinneren. Van Lommel maakte duidelijk waaraan kinder-BDE’ers te herkennen zijn:

"Deze kinderen zijn uiterst intuïtief begaafd, zijn wijs voor hun leeftijd, ze voelen iedereen sterk aan, zijn erg verbonden met de natuur en met dieren, trekken zich graag terug in de natuur of zoeken de stilte op. Ze zijn erg intelligent en leergierig en vaak muzikaal, maar ze haten luide muziek. Er bestaat een onuitgesproken behoefte aan gevoelens van veiligheid, geruststelling, begrip, warmte, eerlijke belangstelling en aandacht, zonder dat het in woorden uitgedrukt hoeft te worden. In hun jeugd en adolescentie zijn zij vaak eenzaam en teruggetrokken, ook door hun sterke intuïtieve gevoeligheid. Ze voelen zich anders dan leeftijdsgenootjes en ongeveer een kwart heeft op adolescente leeftijd suïcidale neigingen of gebruikt overmatig alcohol of drugs. Er is in die periode veelal eerder sprake van een verdringingsproces dan van een verwerkings- en integratieproces."


Na de inleiding van Pim van Lommel werden Gerarda van der Veen en Bernadette Engels naar voren geroepen. Bernadette Engels is IC-verpleegkundige in een groot ziekenhuis. Auteur Gerarda van der Veen overhandigde haar een exemplaar van ‘Ineens geen kind meer’ als een symbolisch estafettestokje, in de hoop dat de inhoud ervan Bernadette zal inspireren om op eigen wijze een bijdrage te leveren aan het bekendmaken binnen haar vakgebied van BDE’s bij kinderen. Bernadette gaf aan grote belangstelling voor het onderwerp te hebben, echter: ‘…opgemerkt, maar er nooit wat mee gedaan’. Ze benadrukte daar, geënthousiasmeerd door deze middag, zeker een wending ten goede aan te gaan geven.

Vervolgens was het woord aan Mike van As, GZ-psycholoog. Van As begeleidde Gerarda van der Veen bij het verwerkingsproces van haar BDE en schreef tevens het voorwoord van ‘Ineens geen kind meer’. Van As gaf aan als hulpverlener zeer blij te zijn met het boek, omdat het volwassenen die te maken krijgen met een BDE-kind gereedschappen geeft om iets te kunnen doen: de signalen herkennen en de ervaring erkennen. Vooral het herkennen van signalen is belangrijk, omdat lang niet alle kinderen kunnen of willen vertellen over hun ervaring. Van As:

"Bij hen merk je het aan de gedragsverandering: aan ongerust gedrag, aan dat ze sterk de nabijheid van hun ouders zoeken of zich erg op hen gaan richten, aan dat ze hun levenslust verliezen, heel gevoelig worden voor allerlei zintuiglijke indrukken of stofjes, een paranormale gevoeligheid ontwikkelen of juist sociaal erg gevoelig worden. Soms gaan ze zelfs anders denken, krijgen andere perspectieven. En afhankelijk van allerlei kenmerken die bij hun kindzijn horen – zoals temperament of wat ze hebben meegemaakt – en door de samenhang met reacties uit de omgeving, kunnen kinderen uit balans raken."

Het is dan van groot belang om daar zorgvuldig mee om te gaan, benadrukte Van As. Aan de ene kant door een open, responsieve en accepterende houding. ‘Vermijd dus uitspraken als ‘Ach joh, het is nu toch voorbij. Ga maar lekker spelen’. ’ Aan de andere kant door een hele nuchtere, aardse houding, waardoor dat wat het kind heeft meegemaakt een plek krijgt. ‘Probeer een verbinding te leggen tussen de ervaring van het kind en het leven waarin het zich bevindt – gezin, school, vriendjes’, aldus Van As.


Niettemin kan door de vaak hoge emotionele lading die op een BDE ligt een belemmering ontstaan in het verwerken van de ervaring. Gelukkig zijn daarvoor tegenwoordig goede behandelmogelijkheden. Van As noemde met name EMDR, een effectieve en voor kinderen vertrouwde manier om gebeurtenissen te verwerken, omdat de ouders erbij aanwezig kunnen zijn. EMDR is een behandelmethode voor mensen die klachten houden nadat zij een ingrijpende gebeurtenis hebben meegemaakt. Door middel van oogbewegingen of, met name bij kinderen, tikjes op de knie wordt de emotionele lading van de herinnering weggenomen of ten minste aanzienlijk verminderd. Naast EMDR zijn ook allerlei vormen van beeldende therapie aan te bevelen.

Mike van As gaf aan het belangrijk te vinden om een kind dat een BDE heeft meegemaakt tijdig te herkennen:

"Daarom hebben wij binnen onze praktijk signalen van een BDE standaard opgenomen in onze vragenlijst aan ouders. Geef maar aan of het kind een traumatische ervaring heeft gehad, of het praat over onzichtbare vriendjes, of dat het andere situaties heeft ervaren die opvallend zijn. Door daar in een vroeg stadium naar te kijken hopen we het kind voldoende ondersteuning te kunnen bieden. Bij heel jonge kinderen informeren we naar het verloop van de bevalling en eventuele onverwachte gedragsveranderingen."


Vervolgens overhandigde Mike Van As bloemen aan Gerarda van der Veen, "namens de kinderen die nu nog worstelen met hun ervaring, of die wellicht nog een BDE gaan krijgen. Er is nu voor kinderen en voor de volwassenen om hen heen een handleiding ontstaan om hen te gaan begeleiden. Waardoor het niet meer nodig is dat een ervaring zo ingrijpend als een BDE dertig jaar of langer als angstige of boze herinnering bedekt raakt met allerlei andere ervaringen, voordat het zich toch weer gaat manifesteren. Als kind je leven starten met vertrouwen waardoor het meer kleur krijgt, dat is wat nu, als ouders en hulpverleners daar oog voor hebben, met dit boek mogelijk gaat worden."



v.l.n.r.: Mike van As, Gerarda van der Veen en Pim van Lommel

Bloemen voor de sprekers namens uitgeverij 248media,
vertegenwoordigd door Tilly Klasens.

Boeksignering.